Algemene materiaaleigenschappen Polyamide (PA)Mechanische eigenschappen

Mechanische eigenschappen
Polyamide of Nylon is door zijn hoge slijtvastheid in combinatie met goede glij- en roleigenschappen dé kunststof voor dynamische toepassingen in de werktuigbouw. Het harde materiaal heeft een sterk geluiddempend vermogen, is taai en stijf en heeft goede bewerkingsmogelijkheden. De hoge vochtopname van nylon zorgt voor verhoging van taaiheid en rek (waardoor het niet breekt), maar een verlaging van stijfheid en vormvastheid.

Chemische bestendigheid
Niet-ingekleurde Polyamide is afhankelijk van het type geel-wit of melkachtig-wit. Polyamide vergeelt door veroudering en UV-straling, daarom kan geen garantie voor de kleur worden afgegeven. Polyamide is bestand tegen gangbare oplosmiddelen, zoals aceton, alcohol, benzol, tri en tegen oliën, vetten, alle alkaliën en de meeste verdunde zuren. Niet bestand tegen geconcentreerde zuren.

Weers- en ouderdomsbestendigheid
Polyamide is voldoende weer- en ouderdomsbestendig. Bij buitentoepassingen kan door de juiste inkleuring bijvoorbeeld met roet de bestendigheid vergroot worden.

Thermische eigenschappen
Onder toenemende warmte-inwerking blijkt Polyamide een zeer goede maatvastheid te hebben. Bij glasvezelversterkte Polyamide valt de uitzettingscoëfficiënt nog geringer uit. Echter als een kunststof product verhinderd wordt om uit te zetten dan kunnen zich in het product zeer grote spanningen opbouwen. Afhankelijk van de belasting en vorm van het artikel liggen de constante maximale gebruikstemperaturen tussen ongeveer -40 en 80 tot 125 graden. Polyamide begint boven de 300 graden te vernetten. Ontbranding volgt bij 450-500 graden, daarbij brand het zwak, druipt, trekt draden en dooft na korte tijd. Kortstondig kan Polyamide ook temperaturen tot ongeveer 200 graden weerstaan. Polyamide 6.6 met glasvezels zelfs tot 250 graden. Een veel toegepaste zelfdovendheidtest is die volgens Underwriters Laboratories (UL)-norm 94. De volgorde van de mate van zelfdovendheid is als volgt: no (= geen zelfdovendheid), HB, V2, V1, V0, 5VA of 5VB. Voor specifieke doeleinde, zoals auto en vliegtuig worden er ook eisen gesteld aan de rookontwikkeling, de giftigheid van de rookgassen, enz. Voor elektrische apparaten wordt vrijwel altijd zelfdovendheid vereist.